Het rijke verleden van de Deventer Almanak

De almanak is al eeuwen een populair werkje. De oudst bekende almanak is die van Deventer. Eigenlijk niet zo vreemd als u zich bedenkt dat Deventer eeuwenlang het grafisch centrum van Nederland was. De enerverende geschiedenis van de Deventer almanak eindigt opmerkelijk genoeg in het Gelderse Doetinchem.

Na ruim vijfentwintig jaar is de Deventer almanak terug van weggeweest! Uitgeverij Gherre in Doetinchem verkreeg in 2007 de rechten van dit bijzondere boekje met zijn al even bijzondere verschijningsgeschiedenis. Wanneer de eerste almanak precies is uitgegeven, valt niet meer te achterhalen. We weten wel dat er rond 1480 bij drukker Richard Pafraet een zogenaamde prognosticatie verscheen, een boekje met astrologische voorspellingen dat vaak samen met almanakken werd uitgegeven. Ook is bekend dat Simon van Steenbergen, de echtgenoot van de kleindochter van Pafraet, omstreeks 1564 in opdracht van de Arnhemse geneesheer Willem van Brakel op regelmatige basis almanakken en prognosticaties drukte. Stadsdokter Ambrosius Magirus junior bracht ondertussen zijn eigen almanakken uit; waarschijnlijk werden die gedrukt door een concurrent.

Nova Zembla-almanak toch echt een Deventer Almanak

Toen Willem Barentsz en Jacob van Heemskerck in 1596 hun derde expeditie ondernamen voor de Noor- delijke doorvaart naar Indië, bevond zich in hun scheepsuitrusting ook een almanak voor het jaar 1596.
Dit almanakje werd aangetroffen bij de restanten van hun noodgedwongen verblijf op Nova Zembla.
Het misvormde klompje papier had ernstig onder de zware reis en het barre klimaat geleden en miste onder
meer de titelpagina. Over de identiteit van het drukwerkje is daarom lange tijd gespeculeerd: was het een
Enkhuizer of een Deventer Almanak? In de collectiebeschrijving van het Rijksmuseum te Amsterdam werd
de almanak in 1877 aangeduid met ' Eenige bladen uit een ' Enkhuyser' (?) Almanak voor het schrikkeljaar 1596.' Inmiddels weten we op grond van het colofon dat Simon van Steenbergen in Deventer de uitgever was. De Nova Zembla-almanak is dus een Deventer Almanak.

Grote Grote faam
In de zestiende eeuw had de Deventer almanak zowel binnen als buiten Nederland een grote reputatie. De in Keulen werkende geograaf en uitgever Mathias Quad beweerde dat de astrologen/berekenaars Ambrosius Magirus senior en junior zo beroemd waren dat hun ‘calendaria durchs gantze Nider, Oest und Mittele Teutschlandt gesucht worden und uff weitgelegene orter uber Meer und See verfuert’. De prognosticatie voor 1598 van de Deventer almanakberekenaar Rodolphus Grapheus werd zelfs in het Engels vertaald en verscheen bij John Wolfe in Londen onder de titel ‘Praedictio Astrologia. The Great and Wonderfull Prognostication’.

Verschillende uitgevers
Als stedelijk almanakuitgever verwierf Van Steenbergen een monopoliepositie. Na zijn overlijden in 1596 volgden diverse, bekende drukkersfamilies elkaar als uitgever op: Cloppenburgh, Van Doetecum, Wembouts, Cost, Colomb en De Vries. In de tweede helft van de achttiende eeuw kwam de productie in handen van familiebedrijf Jan de Lange. Firma Van Staden in Apeldoorn, reeds uitgever van de Enkhuizer almanak, nam de productie in 1953/1954 over. De inhoudelijke formule ging ondertussen steeds meer op die van de Enkhuizer almanak lijken; uiteindelijk verschilde alleen de titel nog. Toen in 1982 Uitgeverij Enkhuizer Almanak B.V. de rechten overnam, werd de Deventer almanak als titeluitgave stopgezet. Uitgeverij Gherre pikt de draad in 2008 weer op.

Diverse soorten en maten
Almanakken verschenen in allerlei maten, soorten en prijsklassen. De plano- of plakalmanakken waren het goedkoopst. Dit waren aan één zijde bedrukte vellen die net als onze kalenders aan de wand werden opgehangen. Er zijn weinig exemplaren van bewaard gebleven, slechts zeventien fragmenten uit de periode 1608-1615. Daarnaast had je de dure, prestigieuze kantoor- of comptoiralmanak, meestal in kwartoformaat. Heel populair was de zogenaamde sextimodecimo-almanak, een boekje dat qua formaat sterk doet denken aan de huidige Enkhuizer almanak. Tijdens de zestiende en zeventiende eeuw ontwikkelde de gedrukte almanak zich van een jaarkalender met astronomische observaties, kerkelijke feestdagen en medische instructies tot een multifunctioneel boekje waarin ook astrologische voorspellingen, kronieken, praktische informatie en vermakelijkheden een plaats kregen. De almanak werd een handboekje voor het dagelijks leven en een instrument om heden, verleden en toekomst te ordenen.

Aard en inhoud
Een almanak begon altijd met de ‘Verklaringe’, een toelichting op de gebruikte typografische symbolen of pictogrammen, en een gebruiksinstructie. Dan volgde het fundament: de jaarkalender. Per maand werden de dagen van de week aangegeven. Sommige almanakken bevatten maandprentjes. Deze houtsneden verbeeldden de seizoenskenmerken, de werken van de maand, de ‘vermakelijkheden’ van de adel en de zodiaktekens. Maar ook voorstellingen van de (religieuze) feestcultuur, zoals Driekoningen, Sint Maarten, Pasen of carnaval. Vanaf de zeventiende eeuw werd de artistieke kwaliteit beter. De maandvoorstellingen gingen vaak vergezeld van vierregelige versjes die verwezen naar sterrenkundige constellaties, agrarische werken of recreatieve activiteiten.

Ook stond er altijd een weersverwachting, een gezondheidsadvies en een morele raadgeving bij, soms aangevuld met berijmde kluchten of ondeugende liedjes. Het efficiënt vormgegeven kalendergedeelte informeerde eveneens over heilige dagen en markten en de volgens het kerkelijk jaar geldende epistel- en evangeliehoofdstukken. Per maand was beschreven in welk teken van de dierenriem de zon zou staan. Een pictogram bij iedere dag gaf de stand van de maan ten opzichte van de dierenriem aan. Na het kalendergedeelte volgden praktische gegevens, zoals een overzicht van de watergetijden en informatie over transport: de dienstregeling voor trekschuiten, beurtschepen en wagens en het sluiten van de poort.

Medische tips
In de almanak werd altijd een deel gereserveerd voor astro-medische instructies. Er stond bijvoorbeeld aangegeven op welk tijdstip bepaalde medische ingrepen het beste konden worden uitgevoerd of juist moesten worden vermeden. De instructies hadden betrekking op allerlei (pseudo)medische handelingen zoals aderlaten, koppen zetten, purgeren, haren knippen, nagels snijden, medicijnen innemen en kinderen spenen. Een (vaak Lotharings) kruis stond voor aderlaten, een asterisk of kroontje voor inname van medicijnen, een kop voor baden en koppen-zetten en een schaar voor haarsnijden. Een naar boven geopende schaar symboliseerde haarsnijden bij een langzame haargroei, een naar beneden geopende schaar haarsnijden bij een snelle haargroei. Als handig hulpmiddel stond achter in de almanak een afbeelding van een aderlaat- of zodiakman. Daarop was te zien welk deel van het lichaam correspondeerde met één van de twaalf tekens van de dierenriem. In het kalendergedeelte stond bij elke dag het symbool van een zodiakteken en een getal. Dit hield in dat als op die dag de maan een bepaald aantal graden in dat teken van de dierenriem stond, men het corresponderende lichaamsdeel niet mocht aderlaten.

Astrologie en ontspanning
Onder de vaste astrologische rubrieken vallen de prognosticatie (de voorspelling), een overzicht van de zon- en maaneclipsen en een astro-agrarische kalender. De astrologische voorspellingen gingen over het weer, ziekte, economie en politiek. De dienstdoende astroloog leidde zijn vooruitzichten af uit de stand van de hemellichamen, in combinatie met de aard van de planeten, sterrenbeelden en (astrologische) huizen.

Men heeft altijd geweten dat een spannende informatiemix de verkoop bevorderde. Ontspannende leesstof was dan ook een must. Bij de kleine formaten gaf men deze vaak uit in aparte bijwerkjes. Historische kronieken, met belangrijke gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis, maar ook korte teksten als exempelen, kluchten en spreekwoorden, ze leenden zich prima als verstrooiende lectuur in almanakken en bijwerkjes. De gereformeerde kerk probeerde het stadsbestuur herhaaldelijk te bewegen tot maatregelen tegen de heidense, paapse of onzedelijke inhoud van plaatselijke almanakken. Meestal tevergeefs. In 1675 nam echter ook het stadsbestuur zelf aanstoot aan een ondeugend bijwerkje. Dit ‘scandaleus Aenhangsel’ droeg de titel ‘confiteur-Doosgen’. Op 8 november 1675 werden drukkers en boekbinders op het raadhuis ontboden en hen gelast de boekjes niet te verkopen. Een aantal ambtenaren kreeg de opdracht ‘de Almanachen in alle winckelen nae te sien’. Als men het boekje als bijwerkje daarin aantrof, dan had men de taak ‘die daer uijt te scheuren’. Die opdracht is helaas iets te grondig uitgevoerd: het werkje is tot op heden niet teruggevonden.

Jeroen Salman

Inhoud Deventer Almanak 2012
De almanak, een eeuwenoud begrip
Nu bestellen