



Recept uit het boek 'Stip in de Pan'.
U hebt nodig voor de spijs
600 g amandelen | 500 g gewone suiker | 3 eieren | 1 dikke citroen
U hebt nodig voor het deeg
700 g zelfrijzend bakmeel | 350 g donkere basterdsuiker | 350 g harde boter (margarine) of roomboter |
40 g speculaaskruiden | 80 gebroeide, gepelde amandelen | 1 ei voor de afwerking
Minimaal 4 dagen voor we de speculaas willen bakken beginnen we met het maken van de spijs. Broei alle amandelen en pel ze. Hou er 80 apart en maal de rest van de amandelen eenmaal door een niet te fijne molen. Doe de massa in een schaal en vermeng dit met de suiker en de eieren.
Maal het geheel nog een keer. Het is een kleverige boel, maar zeer de moeite waard!
Boen de citroen, schil of rasp het schilletje er zo dun mogelijk af en pers daarna het sap uit. Voeg de rasp en het sap door de amandel-suiker-eimassa. Bewaar dit geheel in een glazen pot met deksel, bijvoorbeeld een weckfles, en zet deze minstens 4 dagen in de koelkast.
Het deeg: leg de 4 eerstgenoemde ingrediƫnten op het aanrecht, hak de koude boter in zeer kleine stukjes en kneed snel een soepel deeg. Verdeel het in 2 stukken. Het stuk voor de bodem mag iets groter zijn dan het stuk voor het afdekken van het spijs. Vet de bakplaat in met boter. Rol het grootste stuk deeg zo uit, dat de plaat bedekt wordt. Verdeel de spijs gelijkmatig over de plaat en bedek dit met de rest van het deeg. Maak met de achterkant van een mes lichtjes lijnen over het deeg om de grootte van de stukken aan te geven. Bijvoorbeeld 8 lijnen in de lengte en 6 in de breedte. Druk op elk stukje een amandel en bestrijk het geheel met het losgeklopte ei.
Wilt u grotere porties? Trek dan 7x6 of 6x5 lijnen. Zet de oven op 175 graden. Na 40-45 minuten is de speculaas gaar.